Reeds bij aankomst merkt men onmiddellijk dat hier liefhebbers
van vormsnoei wonen.
De voortuin is vrij conventioneel, relatief sober en het enige gedeelte dat origineel door een tuinarchitect werd ontworpen. Het is als het ware een "antichambre" met de tweemaal vier buxusvierkanten die elkaar in vier niveaus omsluiten en samen een buxuskoepel in bedwang houden.
Hier vindt men ook de meer dan honderdjarige, wilde buxusboom. Het geheel is verder omringd met kweeperen en een beukenhaag.
Via een sierlijk hek, gesmeed naar eigen ontwerp van Walter Van Glabbeek, betreden we een tuinkamer geheel in Renaissance stijl.
Deze tuinkamer heeft opnieuw strak gesnoeide, vierkante buxusperken waarin naargelang van het seizoen een rijke variëteit aan rozelaars bloeien.
We lopen rechtdoor langs een wand van perelaars met een schitterend zicht op een prachtig gesnoeide, enorme buxus, de zogenoemde "roomsoes" en de zelfontworpen en zelfgemaakte volière.